Braintraining en biofeedback

Braintraining met de fictieve dr. Kawashima was een tijdje geleden een echte hype geworden. Opeens wou iedereen zijn geheugen trainen via de tablet/smartphone en kwam het besef dat “hersenen zoals een spier zijn” en dat je je hersenen kan trainen en zelfs moet gebruiken om ze niet te verliezen. Het zou werken tegen allerlei vormen van geheugenverlies zoals dementie (maar onderzoek naar braintraining en dementie heeft dit nog niet aangetoond trouwens). Wat toen eigenlijk al oude wijn in nieuwe zakken was (denk aan de jarenoude kruiswoordraadsels die je in elke krant terug vindt en toen werden aangevuld met sudoku’s), blijft het een interessant thema. Is het mogelijk om je lichaam en zelfs je hersenen te trainen of zelfs te sturen op een bewuste manier?

Dr. Kawashima: de fictieve digitale dokter van Nintendo NS voor alle braintraining games. Geïnspireerd op de Japanse neurowetenschapper Ryuta  Kawashima. (Afbeelding van Nintendo website)

Biofeedback

Momenteel is er veel gaande rond het concept biofeedback: een techniek waarbij een fysiologische parameter (zoals spieractiviteit of hersenactiviteit) wordt gemeten en in realtime wordt getoond aan de patiënt (via een scherm of via geluid) met als doel de patiënt iets aan te leren omtrent deze fysiologische parameter. Deze techniek is dus eigenlijk een biologische leermethodiek om je meer bewust te maken van vaardigheden alsook om deze vaardigheden te doen versterken. Het gebruik ervan blijft nog steeds controversieel en voorstanders/tegenstanders clashen regelmatig met elkaar (wat niet ongewoon is in de onderzoekswereld hoor; eigenlijk moedigen we dit zelfs aan). Geleidelijk aan komt er toch meer duidelijkheid over wanneer en bij wie deze techniek gebruikt kan worden. Ik haal hier twee voorbeelden aan namelijk ongewild stoelgangverlies en ADHD.

Een neurofeedback opstelling (afbeelding van Therapy Point)

Ongewild stoelgangverlies

Laten we eerlijk zijn: hier wordt niemand vrolijk van. Bij fecale incontinentie (de medische vertaling van ongewild stoelgangverlies) ligt het probleem regelmatig bij een bepaald soort spier (namelijk de gladde spiercellen) waar je amper tot geen bewuste controle over kan uitvoeren en dat leidt tot ongemakkelijke situaties. Soms is de oorzaak dat deze spieren te zwak zijn (of te beschadigd zijn geraakt), soms worden de spieren gewoon onbewust verkeerd gebruikt wat ook leidt tot incontinentieproblemen. En omdat je erg moeilijk controle verwerft over dit soort gladde spiercel vraagt het dus veel moeite om deze spieren bewust te gaan trainen en het probleem te verhelpen. Tot op heden werd hier vaak een blad met oefeningen voor het versterken van deze bekkenbodemspieren meegegeven om thuis in te oefenen. Was dit onvoldoende dan werd er overwogen om met elektrische stimulaties deze spieren toch te versterken. Maar het correct en bewust gebruik van deze spieren werd er amper mee verbeterd en vaak werd deze elektrische behandeling als pijnlijk ervaren.

Met behulp van biofeedback over het activiteitsniveau van deze gladde spiercellen bleek het mogelijk om het inoefenen van het bewust gebruiken van deze spieren te vereenvoudigen en tot twee keer zoveel mensen volledig af te helpen van hun incontinentieproblemen in vergelijking met bekkenbodemspieroefeningen. Fantastisch toch!

Voorbeeld van een bekkenbodemspier oefening (afbeelding van gezondheid.be)

ADHD

Bij psychiatrische aandoeningen wordt biofeedback weleens neurofeedback genoemd (what’s in a name?). Ondanks de bewezen effectiviteit van het principe van biofeedback is er blijkbaar een extra kritische blik als het gaat over het aansterken/sturen/controleren van hersenactiviteit. Maar herinner je dat de hersenen ook gezien kunnen worden als een spier (maar eerder zo een gladde spier waar je niet altijd goed controle over hebt)? Daarom werd er een meta-analyse en systematisch review uitgevoerd waarbij alle gekende studies die neurofeedback bij kinderen met ADHD gebruikte werden samengevoegd en gekeken naar de effectiviteit op lange termijn (6 maand).

Voor ADHD is al langer geweten dat medicatie op korte termijn (dagen, weken) veel van de symptomen kan doen verbeteren maar dat er op lange termijn niet altijd verbetering optreedt van bepaalde cognitieve vaardigheden zoals concentratievermogen (onoplettendheid) en impulsiviteit wanneer men stopt met medicatie. De meta-analyse vergeleek medicatie gebruik met het gebruik van neurofeedback, en wat als de medicatie of de neurofeedback werd gestopt.

Het gebruik van neurofeedback bij kinderen bleek een minstens even groot effect te hebben op onoplettendheid en impulsiviteit dan bij het gebruik van medicatie. Alleen moest de medicatie worden doorgenomen gedurende de volledige 6 maand terwijl het gebruik van neurofeedback vaak vroeger gestopt werd zonder verlies van effectiviteit. Het effect van de neurofeedback werd zelfs sterker over tijd, ook na het stoppen van de sessies. Niet onlogisch gezien het eerder een leermethodiek is dan een “behandeling”: je kan dus verder “leren” op je vorige leerervaring eenmaal je het principe kent terwijl het effect van medicatie vaak stopt als je het niet meer inneemt.

Waar wachten we nog op?

Voor beide voorbeelden, en voor biofeedback in het algemeen geldt dat er weinig nadelen aan verbonden zijn en dat het gaat om een leermethodiek die je kan toepassen in veel andere situaties dan de twee voorbeelden hierboven. De belangrijkste voorwaarde is dat de gebruikte biofeedback techniek wel goed onderzocht is (het artikel verwijst naar 3 specifieke technieken bv.) en dat niet alles met het woord “biofeedback” opeens goed zou zijn. Waar wachten we eigenlijk nog op om dit verder te onderzoeken en te implementeren?

Referenties

  1. Biofeedback en fecale incontinentie: Vonthein R. Heimerl T, Schwander T, Ziegler A. Electrical stimulation and biofeedback for the treatment of fecal incontinence: a systematic review. Int J Colorectal Dis. 2013; 28(11): 1567–1577.
  2. Chiarioni G. Biofeedback treatment of chronic constipation: myths and misconceptions. Tech Coloproctol .2016 Sept;20(9):611-8
  3. Van Doren J, Arns M, Heinrich H, Vollebregt MA, Strehl U, Loo SK. Sustained effects of neurofeedback in ADHD: a systematic review and meta-analysis. European Child & Adolescent Psychiatry. Februari 2018 1-13
  4. Arns M, Batail JM, Bioulac S, Congedo M, Daudet C, Drapier D, Fovet T, Jardri R, Le-Van-Quyen M, Lotte F, Mehler D, Micoulaud-Franchi JA, Purper-Ouakil D, Vialatte F; NExT group. Neurofeedback: One of today’s techniques in psychiatry? Encephale. 2017 Apr;43(2):135-145.
2018-02-24T13:11:24+00:00 24 februari 2018|

About the Author:

Thomas Pattyn combineert zijn opleiding tot arts-psychiater aan de Universiteit van Antwerpen met een dubbeldoctoraat aan de Universiteit van Antwerpen (Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute; CAPRI) en de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zijn huidig onderzoek gaat over de paniekstoornis: de verschillende soorten en vormen ervan en de verschillende werking van de hersenen tussen deze vormen.