Langdurige stress/angst beschadigt het brein

“Druk, druk, druk” is een populair antwoord op de vraag hoe het met je gaat. Iedereen zegt het wel eens en iedereen hoort het wel van een ander. We leiden (of lijden) een stressvol bestaan. Hoewel we intuïtief weten dat dit ergens negatieve gevolgen moet hebben, lijken we dit toch wat te verdringen en doen we “rustig” verder met ons drukke leventje. Toch kijken we wat verbaasd als we weeral horen dat er zoveel mensen met depressieve klachten of angstklachten zijn en dan spreken we nog niet over de tsunami aan cognitieve problemen op oudere leeftijd (lees dementie). “Waar komt dit toch vandaan?” vragen we ons geregeld af.. Zou langdurige stress hiermee iets te maken hebben?

Angst, stress of paniek?

Stress staat natuurlijk niet gelijk aan depressieve klachten of angstklachten maar wat is stress nu juist? Laten we beginnen met het begrip angst dat het best omschreven kan worden als een vaag gevoel van zenuwachtigheid, bezorgdheid of onzekerheid. Denk hierbij aan het moment vooraleer je iemand nieuw leert kennen: je bent wat onzeker, je begint wat te zweten en misschien zelfs wat hartkloppingen te krijgen. Je weet niet direct waar je angstig voor bent maar het gevoel is er zeker (denk maar aan die laatste first-date van jou 😉 ). Daartegenover staat het begrip paniek dat een plotse reactie inhoudt op een direct bedreiging. Deze reactie is vaak van levensbelang. Wanneer blijkt dat die nieuwe persoon jou zou willen aanvallen moet je snel kunnen reageren om het gevaar af te wenden.

Stress is een meer algemenere term en houdt elke “aanpassing” in ten gevolge van veranderingen in en rondom jou. Een ziekte zoals een longontsteking is dus een vorm van stress maar ook een examen afleggen, een deadline op het werk of een ruzie met je partner is een vorm van stress. De meeste stresssituaties treden plots op en zijn van korte duur zoals bij de vorige voorbeelden, maar indien je langdurig ziek bent of kampt met blijvende ruzies thuis of aanslepende problemen op het werk zorgen deze voor chronische stress.

Invloed van stress

Acute stress is normaal, relatief onschadelijk en is eigenlijk ook niet te vermijden in het leven. Chronische stress daarentegen heeft een bewezen negatieve invloed op het lichaam en meer bepaald het immuunsysteem, het metabolisme, op het hart en bloedvaten en leidt zelfs tot het inkrimpen van bepaalde hersenstructuren zoals de hippocampus (3-5) die o.a. instaat voor het geheugen en je oriëntatie (lees de vorige blogs van Angelique maar na!). Chronische stress moet je dus echt proberen te vermijden!

Meer en meer komt er aandacht voor “neuropsychiatrische aandoeningen” zoals depressieve stoornissen, angststoornissen en dementie. De oorzaken voor deze aandoeningen zijn nog niet goed gekend en blijken ook niet makkelijk te achterhalen. Desondanks blijft het een open deur intrappen als je zou zeggen dat stress op zijn minst bijdraagt tot het ontstaan en verloop van deze aandoeningen. De impact van acute stress valt nog redelijk goed te onderzoeken maar de invloed van chronische stress (die jarenlang duurt) is een stuk moeilijker omwille van de vele factoren die kunnen meespelen in zo’n lange periode. Een voorbeeld van zo’n studie toonde aan dat bij mensen in een voorstadium van de ziekte van Alzheimer de aanwezigheid van angstklachten voorspellend was voor het negatiever verloop van de ziekte van Alzheimer (2).

Invloed stress op brein

Afbeelding uit Maha L, Szabuniewicz C and Fiocco A.J. .Can anxiety damage the brain? Curr Opin Psychiatry 2016, 29:56 – 63

Leidt stress/angst tot schade in de hersenen?

Uit een recente bespreking van verschillende studies (1) bleek dat de hersennetwerken verantwoordelijk voor angst-, paniek- en stressklachten grotendeels overlappen (zie afbeelding).  Dezelfde hersenstructuren zijn namelijk betrokken: het emotiecentrum (amygdala), de frontale hersenregio’s (die instaan voor de bewuste controle van emoties) en het geheugencentrum (hippocampus). Ook de interactie tussen deze structuren was gelijkaardig: In het gevoelscentrum (amygdala) werd er een overmatige hoge activiteit teruggevonden terwijl er in de frontale zone (PFC), waar de bewuste regulatie van gevoelens wordt gestuurd, juist een verlaagde activiteit gezien wordt. Je kan dit interpreteren dat hoe chronischer de stress is, hoe “onbewuster” de hersenen in overdrive gaan en hoe minder controle je dus over de stress hebt.

Daarnaast werd er gevonden dat de hippocampus kleiner en minder functioneel werd. De hippocampus is een belangrijk geheugencentrum in de hersenen en stress-gerelateerde afwijkingen zouden de geheugenproblemen bij depressie en bij dementie kunnen verklaren (13-14). Daarnaast zorgt de hippocampus er ook voor dat bij het verdwijnen van de bedreiging er minder productie is van het stresshormoon (cortisol) zodat je niet meer “gestresseerd” bent en terug in kalmere toestand komt (15). Als door langdurige stress de hippocampus beschadigd is en dit systeem minder goed werkt, kom je snel in een vicieuze cirkel met nog meer schade als gevolg. Doorbreek je deze cirkel niet, dan ontstaan er dus allerlei problemen. Een alarmerend verhaal, maar er is beter nieuws op komst.

Onherstelbare schade?

De schade aangebracht door chronische stress is deels herstelbaar! Bij depressieve klachten en angststoornissen worden frequent antidepressiva toegediend zoals citalopram, desipramine en lithium (6-8). Deze middelen bevorderen de aanmaak van zenuwcellen en kunnen zodoende deels het volume van de hippocampus herstellen en zij ondersteunen de werking van het gevoelscentrum en de frontale hersenregio’s. Ook de effecten van cognitieve-gedragstherapie leveren een ondersteuning aan deze hersenregio’s en kunnen de vicieuze stresscirkel doorbreken (9-12). Er zijn ook andere mogelijkheden tot herstel zoals gestructureerde fysieke activiteit en mindfulness technieken, maar onderzoek moet nog uitwijzen of deze op lange termijn beschermend zijn voor de ontwikkeling van neuropsychiatrische aandoeningen.

Natuurlijk zou het beste zijn om nooit langdurige stress te ondervinden, maar dan moeten we iets doen aan onze levensstijl en niet meer “druk, druk, druk” bezig zijn.. Ga jij de uitdaging aan of levert de gedachte aan een rustiger leven je al stress op?

Referenties

  1. Maha L, Szabuniewicz C and Fiocco A.J. .Can anxiety damage the brain? Curr Opin Psychiatry 2016, 29:56 – 63
  2. Mah L, Binns MA, Steffens DC; Anxiety symptoms in amnestic mild cognitive impairment are associated with medial temporal atrophy and predict conversion to Alzheimer disease. Am J Geriatr Psychiatry. 2015 May;23(5):466-76.
  3. Juster RP, Marin MF, Sindi S, et al. Allostatic load associations to acute, 3-year and 6-year prospective depressive symptoms in healthy older adults. Physiol Behav 2011; 104:360 – 364.
  4. McEwen BS, Stellar E. Stress and the individual. Mechanisms leading to disease. Arch Intern Med 1993; 153:2093 – 2101.
  5. Seeman TE, McEwen BS, Rowe JW, Singer BH. Allostatic load as a marker of cumulative biological risk: MacArthur studies of successful aging. Proc Natl Acad Sci U S A 2001; 98:4770 – 4775.
  6. Bondi CO, Jett JD, Morilak DA. Beneficial effects of desipramine on cognitive function of chronically stressed rats are mediated by alpha1-adrenergic receptors in medial prefrontal cortex. Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry 2010; 34:913 – 923.
  7. Chen G, Rajkowska G, Du F, et al. Enhancement of hippocampal neurogen- esis by lithium. J Neurochem 2000; 75:1729 – 1734.
  8. Andreescu C, Sheu LK, Tudorascu D, et al. Emotion reactivity and regulation in late-life generalized anxiety disorder: functional connectivity at baseline and posttreatment. Am J Geriatr Psychiatry 2015; 23:200 – 214.
  9. Fonzo GA, Ramsawh HJ, Flagan TM, et al. Cognitive-behavioral therapy for generalized anxiety disorder is associated with attenuation of limbic activation to threat-related facial emotions. J Affect Disord 2014; 169: 76–85.
130.
  10. Taylor CT, Aupperle RL, Flagan T, et al. Neural correlates of a computerized attention modification program in anxious subjects. Soc Cogn Affect Neurosci 2014; 9:1379 – 1387.
131.
  11. Lipka J, Hoffmann M, Miltner WH, Straube T. Effects of cognitive-behavioral & therapy on brain responses to subliminal and supraliminal threat and their functional significance in specific phobia. Biol Psychiatry 2014; 76:869– 877.
  12. Goldin PR, Ziv M, Jazaieri H, et al. Impact of cognitive behavioral therapy for  social anxiety disorder on the neural dynamics of cognitive reappraisal of negative self-beliefs: randomized clinical trial. JAMA Psychiatry 2013; 70: 1048 – 1056.
  13. Wingenfeld K, Wolf OT. Stress, memory, and the hippocampus. Front Neurol Neurosci. 2014;34:109-20.
  14. Lucassen PJ., Pruessner J, Sousa N., Almeida OFX, Van Dam AM, Rajkowska G, Swaab DF, Czéhcorresponding B. Neuropathology of stress Acta Neuropathol. 2014; 127(1): 109–135.
  15. Tasker JG, Herman JP. Mechanisms of rapid glucocorticoid feedback inhibition of the hypothalamic–pituitary–adrenal axis Stress. Stress. 2011 Jul; 14(4): 398–406.
2018-03-27T13:19:01+00:00 1 maart 2016|

About the Author:

Thomas Pattyn combineert zijn opleiding tot arts-psychiater aan de Universiteit van Antwerpen met een dubbeldoctoraat aan de Universiteit van Antwerpen (Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute; CAPRI) en de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zijn huidig onderzoek gaat over de paniekstoornis: de verschillende soorten en vormen ervan en de verschillende werking van de hersenen tussen deze vormen.